We zijn in de stad. De zon schijnt volop, het is voorjaar en met 21 graden switch ik voortdurend van jasje uit naar jasje aan. De Spanjaard loopt nog steeds in een dikke winterjas, maar heeft zijn muts afgezet en de outfit aangevuld met een zonnebril. Het is crispy en helder en hoewel je bijna het hele jaar door op het terras kan zitten in Valencia, is het nu echt een feestje. Een jongeman met vies haar en smoezelige kleding loopt langs de tafels en vraagt mensen om geld. Een jong meisje, keurig gekleed, waarschijnlijk onderweg naar kantoor, roept hem. Ze neemt hem mee naar binnen, bestelt aan de bar haar eigen koffie en laat hem een broodje uitkiezen. Ze koopt er nog een flesje water bij en hij bedankt haar om daarna weer op pad te gaan. Niet uitbundig, maar met bijna alleen een knikje alsof het de normaalste zaak is dat zij dit doet. Het was me al eerder opgevallen dat de Spanjaarden vriendelijker zijn naar daklozen en ze vaak wat geven. Ik vind het mooi en ik neem me voor om hetzelfde te doen.
Het voorjaar zorgt er ook voor dat alles ontploft in de tuin, die frisgroen kleurt. Dat is natuurlijk normaal voor de tijd van het jaar, maar ik heb het idee dat door de overvloedige regenval tijdens DANA, er toch meer groeit en bloeit en het groener is dan normaal. In mijn tuin komen ook bloemen en planten op die ik nog niet eerder had gezien. Het is tijd om zaailingen te kopen bij de Agricola en deze in de moestuin te zetten. Ik heb in mijn hoofd wat ik graag zou willen telen in de tuin. Vandaag rijden we niet alleen langs, maar is de allerliefste mijn getwijfel beu en gaan we ook naar binnen. Ik probeer zonder gezien te worden de Agricola winkel binnen te lopen. Ik roep een beetje in het wilde weg “Buenas” en loop snel door naar de zaailingen. Ik zie dat de eigenaresse aan het praten is met andere mensen. Ze staat druk met haar armen te zwaaien en als ze iets grappigs zegt, lacht ze uitbundig om haar eigen opmerking en slaat ze iets te hard op de rug van een klein Spaans mannetje. Het is druk, want het is het weekend voor Semana Santa. En net zoals in Nederland gaan veel mensen dan plantjes kopen om met Pasen lekker in de tuin bezig te kunnen zijn.
Niet kijken Es, meteen doorlopen naar de plantjes. Ik heb mijn boodschappenlijstje gemaakt, ik wil tomaten, kleine komkommers en pikante paprika’s. Ik weet dat er weinig tijd is om rustig rond te kijken, want de eigenaresse heeft me allang gezien en komt meteen aanlopen. Ik ben een beetje bang voor haar of misschien beter gezegd, ik heb ontzag voor haar. Zij bepaalt hoe mijn moestuin gevuld gaat worden. Tegen haar ingaan is onmogelijk, zij bepaalt. Ik vraag voorzichtig naar pepino’s (komkommer) “Nee! Het is nu te koud. Je moet volgende week terugkomen, je krijgt nu geen pepino’s!” Teleurgesteld vraag ik om tomaten en pikante pepers. Van de pikante pepers wil ik graag zes plantjes. “Nee! Die krijg je niet, want dat is veel te veel!” Ik wijs naar de allerliefste en zeg: “Maar hij vindt ze lekker en hij wil er graag veel.” In de hoop dat dit haar over de grens zal trekken. Ze denkt even na en zegt dan, “Mmm, dan krijg je er drie, meer heb je niet nodig.” Tien minuten later zit ik beduusd in de auto met de plantjes op mijn schoot en word ik uitgelachen door de allerliefste, omdat ik weer met andere plantjes dan ik wilde de winkel uit ben gekomen. “Ik wil volgende keer naar die andere winkel,” mopper ik. Als ik thuis ben poot ik braaf de calabacÃn zaailingen(courgette) in de grond, waarvan ik gezworen had dat ik ze niet meer in mijn moestuin zou zetten.
Als we binnen schrijven, houden we onze koffiepauzes in de tuin. Lekker in de zon en om ons heen kijken naar alles wat groeit en bloeit. Gisteren choqueerde ik de allerliefste door te zeggen dat ik de vijgenboom een ‘potente boom’ vond met die grote knoppen met daaronder twee vijgen als balletjes aan de takken. Vandaag deel ik mijn bezorgdheid over het walnotenboompje, waar nog steeds een beetje sneue knoppen in zitten. Hij gaat dichtbij het boompje staan en bestudeert met een serieus gezicht het ietwat zielige boompje. Alsof hij er verstand van heeft, zegt hij dat het wel goed komt en hij knijpt hard in de knop aan het einde van het takje. Ik stik zowat in mijn koffie “Jezus, wat doe jij nou weer?!?!?” De enige knop met potentie, waar ik al mijn hoop op heb gevestigd, wordt verpest. Ik besluit de koffiepauze morgen bij het zwembad te houden.
Terwijl ik dit stuk schrijf, breekt ineens het slechte weer los. Met Dana kreeg het weer een 1 als cijfer, nu wordt een 2 voorspeld. Ze doen hier niet aan miezerbuitjes, als het regent is het heftig. Het wordt buiten gitzwart en het begint te stormen en heel hard te regenen. Hagelstenen slaan hard tegen het huis en blijven liggen, alles is wit om het huis. Mijn met zorg gegraven geulen om het water vast te houden rond de bomen, stromen binnen enkele seconden over. De straat is meteen weer een kolkende rivier en de tuin van de overburen staat helemaal blank. Het nieuwgebouwde tuinmuurtje komt onder druk te staan als het water erover heen klotst. De buurman staat zijn nieuwe afvoergaten te bekijken en heeft volgens mij spijt dat hij ze niet groter heeft gemaakt. De buurman daarnaast was nog niet klaar met zijn muurtje en ziet alle grond in een kolkende waterval wegspoelen. Een half uur lang is het een hel, wanneer het weer langzaam opklaart en lichter wordt. Iedereen komt weer voorzichtig naar buiten en zwaait even naar elkaar. De duimen gaan omhoog “Todo bien!” Ik ga even naar mijn moestuin kijken en zie dat de hele tuin vol ligt met hagel. Een soort winter wonderland. Had ze toch weer gelijk, het is nog te koud voor pepino’s.














