Op dit moment zit mama in al mijn dagelijkse dingen verweven. Ik ben bezig met de laatste loodjes van mijn boek en het gaat de hele dag over haar. In het studeerkamertje waar de allerliefste achter de computer zit en ik ernaast in het stapelbed lig met mijn laptop op schoot, nemen we alles samen nog een keer door. Bladzijde voor bladzijde wordt het boek doorgespit en gecorrigeerd. Na het eten gaan we nog even door met een wijntje en een grote bak nootjes naast me. En als ik dan ’s avonds laat schijtlollig word van al het werk, moet ik even mijn moeder nadoen en prop ik een hele hand met nootjes in mijn mond en zeg ik; “Nee, ik snoep de laatste tijd helemaal niet meer.”
Samen werken aan het boek gaat ons goed af, beter dan bijvoorbeeld klussen of het huishouden. Bij het klussen voelt het ongemakkelijk als hij begint te zoeken naar zijn gereedschap. Ik weet dan niet meer of ik de schroevendraaier misschien gebruikt heb om een gat voor een plantje in de moestuin te maken en of ik hem daar heb laten liggen. Het verklaart de neiging van de allerliefste om zijn gereedschap in de lade van zijn nachtkastje naast het bed te bewaren. En bij het huishouden erger ik me aan zijn ‘mannelijke poetsen’. Het is meer het verspreiden van het vuil door er met een doekje een beetje doorheen te vegen. Op het aanrecht heb ik dan vette kringen in plaats van gewoon vuil en in gedachten hoor ik mama zeggen “mannen zijn viespeuken.”
Maar zodra we aan het boek werken ontstaat er een goeie chemie. Hij regelt de promotie, de persberichten, de proefdruk en ik hoef alleen nog maar te zeggen of ik de kleur van de omslag mooi vind. Als ik op de set in Valencia aan het werk ben en er stoom van mijn haar af komt omdat de visagist met de stijltang de strijd tegen mijn krullende haar is begonnen, krijg ik de definitieve omslag doorgemaild. Ik voel me trots en laat voor het eerst mijn boek aan ‘vreemden’ zien en ik hoop de rest van mijn leven als een schrijfster met half krullend, pluizig haar te mogen slijten.Â
De volgende dag sta ik voor de spiegel en besluit ik dat het toch beter is om nog even een bh aan te doen voordat ik naar het dorp ga. Sinds mijn laatste bezoek aan mama in het verpleeghuis ben ik me bewust dat mijn niet-bh-dragen omdat het warm is, niet altijd een goed idee is. Het is een scène, die ik niet in mijn boek heb opgenomen. Ze begon een heel verhaal over haar krimpende borsten, omdat ze was afgevallen. Ze had teleurgesteld naar beneden gekeken en gezegd “Ik vind het niet leuk dat ze krimpen, maar ja ik heb natuurlijk altijd heel veel gehad, dus ik kan wel wat missen.” Daarna tilde ze haar borsten op tot onder haar kin. “Maar ik krijg hangers!” En ze keek opzij naar mij en vroeg ” Heb jij eigenlijk wel een bh aan?”Â










Jemig Es, wat goed van je! En wat een mooie omslag van je boek ook. Ik wens je supergoede verkopen en hoop dat jouw boek tot steun mag zijn voor een ieder die zich in jouw verhaal herkent!
Fijne zomer en liefs, ook voor Rob.
Dees
Hoi Dees, wat lief van je, dankjewel🥰😘groetjes terug van Rob