Ik koop plantjes als ik opgelucht ben. Ik weet niet of iemand zich hierin herkent, maar na grote spanning, beloon ik mezelf met het kopen van plantjes. Zo hadden we een spannende autokeuring, waarbij wij nagelbijtend op het naastgelegen terrein moesten wachten terwijl de auto door een Spanjaard de keuringstraat in werd gereden. De voorafgaande drie weken durende reparatie zorgde voor onze stress. Zonder auto leven in de campo is geen pretje. Na alle kasten leeg gegeten te hebben en drie weken broccoli uit eigen tuin, wordt het een straf. Dus als dan eindelijk onze auto weer tevoorschijn komt en de duim van de Spaanse man omhooggaat, roept de allerliefste meteen “te quiero!!!” naar hem en geeft hem vervolgens mijn Bounty, die ik net bij het benzinestation had gekocht. Onze opluchting was groot en onderweg naar huis duiken we de eerste de beste Lidl in, waar de allerliefste eten koopt en ik bessenstruiken voor in de tuin.

Ook zielige plantjes gaan mee naar huis. Je zou denken, doe het niet, er is een grote kans dat deze plant doodgaat, maar ik neem ze mee naar huis. Juist om deze reden, ik vind ze zielig en voel de drang om ze te redden. Vroeger kwam ik met zielige vogels thuis. Mijn moeder zuchtte elke keer als ik weer mijn handen opende en een aangevreten mus liet zien, die ik uit de bek van een kat had gered. Na een paar dagen eindigde het altijd met een dode vogel in doosje, gewikkeld in een stukje stof, bedekt met bloemetjes. Klaar om begraven te worden met een zelfgemaakt kruis en nog meer bloemetjes. Nu zijn het planten. Ook die bij het grofvuil worden neergezet, omdat ze bijvoorbeeld zijn verbrand door de zon. Ik schreeuw “stop!!!” als de allerliefste hard voorbijrijdt en hij gaat vol in de ankers omdat hij zich rot schrikt van mijn schreeuw. De laatste tijd merk ik dat hij veel praat als we langs de vuilcontainers onze buurt inrijden. Vragen over mijn moeder werken altijd goed. “Heb je nog iets van je moeder gehoord?” en ik ben afgeleid.

Eén van de bessenstruiken van de Lidl ziet er slecht uit. Het is de bramenstruik. Ik ga op mijn knieën ervoor zitten zodat ik van dichtbij kan zien of er echt geen blaadjes aan komen. De allerliefste staat bij de auto en roept “Es, kom je nou? We komen te laat!” In mijn achterhoofd hoor ik mijn moeder. “Doet ie het niet? Moet je hem dan geen water geven?” Haar opmerkingen, haar vragen, als ze mij in de tuin bezig zag, ik mis ze. Ik loop naar de auto en stap in. “Je vindt het nog steeds een goed idee?” vraag ik. We gaan naar een wildvreemde Spaanse tandarts in de wijk Jesus in Valencia. We moesten allebei voor controle en hebben haar geselecteerd vanwege de uitstekende reviews, maar ook omdat ze Esther heet. “Dat moet goed zijn” lachte de allerliefste. Ik vind het rete-spannend en zijn verhalen onderweg over de schooltandarts, die op de basisschool preventieve vullingen in zijn gave kiezen legde, doen geen goed. Het blijkt onnodig, de praktijk is geavanceerd, de tandarts kundig en eerlijk gezegd ben ik nog nooit zo goed geholpen. 

Als we weer buiten op de stoep staan ben ik één en al drukte en vrolijkheid en het kopen van een plantje ligt op de loer, maar we rijden rechtstreeks naar huis. Om één of andere reden vraagt de allerliefste als we thuis de oprit oprijden “Hoe gaat het eigenlijk met je bessenstruiken van de Lidl?” en de heimwee slaat me ineens hard in het gezicht. Huilend vertel ik dat ik naar Nederland wil, naar mama en naar mijn hoogzwangere dochter. We spreken af dat ik de volgende dag zal boeken. Uitgelaten stuur ik iedereen berichtjes, dat ik eraan kom. “Volgende week eerst nog even naar de tandarts en dan vlieg ik naar Nederland”. Met een opgelucht gevoel neem ik Ties mee voor een wandeling in de campo en trek een wilde braam uit de grond, die ik meeneem naar huis en naast de bramenstruik van de Lidl plant. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Plaats reactie