Alle nieuwe dingetjes van Nederland veranderen geleidelijk in dagelijkse normale observaties. Ik roep al niet meer “Oh wat lekker!” als er meteen warm water uit de kraan komt. En dat ons huis supergoed geïsoleerd is en altijd een gemiddelde aangename temperatuur heeft, voelt al niet meer bijzonder. Zelfs de aangeveegde paden in het park zijn normaal geworden en zorgen niet meer voor de slappe lach. Het wordt tijd voor een iets minder georganiseerde omgeving.

We gaan een paar dagen naar Sevilla. Even tussen de Spanjaarden zitten zal me goed doen. Een mix van een onaangenaam naar binnen gericht appartement en het fijne buitenleven. Uren op een terras met de bekende plastic stoelen naast een druk kruispunt, waar de uitlaatgassen uitgestort worden over de lekkerste croquetas die ik ooit gegeten heb. Ze zijn goed in georganiseerde chaos. Aan de bar van een kleine tapasbar waar iedereen bij elkaar aanschuift en naar je bord begint te wijzen om te vragen wat jij eet, weten we niet meer wat we nou uiteindelijk besteld hebben. Als we ons door de andere klanten laten adviseren welke wijn lekker is, wordt de vervreemdende combinatie van inktvis met warme kaassaus voor ons neergezet en eten we onze vingers erbij op.

Tijdens de vliegreis terug worden we nog even getrakteerd op een Spaanse technische storing van het omroepsysteem en vertrekken we pas een uur later met een steward die door een megafoon roept waar de nooduitgangen zitten. Het is weer genoeg, de Spaanse verrassingen hebben hun werk gedaan, we kunnen naar huis. 

Mam voelt zich rustiger door de vele bezoekjes en ze keutelt lekker door de dagen heen. Stiekem mis ik een beetje de uitbundige begroeting, waarbij ze begon te gillen als ze me zag en met haar armen in de lucht naar me toe kwam ‘rennen’. Ik word nog steeds binnen twee seconden gespot, maar meer als een zekerheidje. Ze staat meteen op en begint met stoelen te slepen om een goeie zitplaats voor mij te regelen. Dichtbij en altijd naast haar, zodat ze tijdens het koffiedrinken mijn hand kan vasthouden.

Het voer van Ties geef ik aan de buurman, die ik ‘Swiebertje’ noem. Met dezelfde looks, loopt hij iedere dag voorbij met zijn kleine hondje. Bij de eerste kennismaking vroeg de allerliefste, die net een zware kast aan het verschuiven was, of hij kwam helpen met verhuizen. Hij lachte hard, wees allemaal lichaamsdelen aan en benoemde al zijn gebreken. Bij het weglopen over de parkeerplaats sloot hij af met: “Maar mijn vrouw is nog erger, die kan niet eens alleen naar de wc!”

De gecontroleerde binnentemperatuur wordt afgewisseld met vrieskou door ’s nachts het raam open te zetten. Heel fijn als je opvliegers hebt en iedere pyjama een straf is. In de ochtend loop ik in mijn blootje langs de allerliefste de badkamer in, die hoofdschuddend naar mijn kniekousen kijkt. “Wat is dit nou weer?” Ik vind het heerlijk om hem te shockeren door hem een knipoog te geven en te zeggen: “Ik heb gelezen dat alles in bed beter wordt met sokken aan.” 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Plaats reactie