Hier is Fallas net afgelopen. Valencianen zijn dol op vuurwerk en bijna drie weken lang is er iedere middag Mascleta (het grote vuurwerk) in de stad. Het is zelfs bij ons in de vallei te horen. Een donderend, bulderend geluid en het lijkt elke dag weer alsof de oorlog is uitgebroken. Het is een belangrijke traditie en zelfs na drie dagen rouw (omdat er een afschuwelijke flatbrand is geweest in de stad) vinden ze het geen probleem om midden in de stad aan het einde van dit feest alle beelden (die tot € 245.000 gekost hebben) in de fik te steken. Brandweermannen staan de aangrenzende appartementen nat te spuiten, terwijl de stad zwart kleurt van de rook van de plastic beelden die staan te branden.

Dezelfde brandweermannen die een week geleden hard vochten om een bosbrand te blussen in een gebied waar onze vrienden wonen. De angst bij een bosbrand die tot aan je terras staat te fikken is enorm. En van een afstand kijken naar de vliegtuigen, helikopters en brandweermannen die ervoor zorgden dat hun huis is blijven staan, heeft een diepe indruk  gemaakt. Je vraagt je ook meteen af, waar ze het water vandaan halen, want water is hier schaars. Ik heb wel eens gehoord dat ze particuliere zwembaden leegscheppen. Geen idee of dit een broodje aap verhaal is, want hoe waarschuw je die zwemmer die net even aan het snorkelen is in zijn zwembadje.

Maar vandaag regent het eindelijk en dat voelt goed. Ik ren meteen naar mijn moestuintje en zet allemaal bakken neer om de regen op te vangen. Ik heb namelijk net poot-aardappels in de grond gezet en die houden van veel water. Dat was ik helemaal niet van plan, maar toen ik in de Agricola om pepino-plantjes vroeg (kleine komkommerplantjes) kreeg ik ongevraagd een nogal dwingend advies om aardappels de planten. De boerin trok aan mijn mouw en zei “het is veel te koud voor pepinos, je hebt zelf toch ook nog geen korte mouwen aan”. Daarna kreeg ik les in aardappels poten van haar man en als mijn aandacht even afzwakte en mijn blik afdwaalde, riep ze “mira! = kijk!” terwijl ze mijn kin vastpakte en mijn hoofd naar de aardappel-poot les draaide. Korte samenvatting; deel de aardappels in vieren, stop ze in de grond en geef ze drie weken water en daarna drie weken niet en na 100 dagen kun je aardappels rooien.

Ik kan me voorstellen dat er in Nederland heel anders gereageerd wordt op weer een regenbui. Het gekke is dat ik in Nederland bij het douchen ook niet nadenk over de kraan die een tijdje loopt voordat het water warm wordt. Hier zet ik eerst een emmer onder de douche om al dat koude water op te vangen omdat ik het later in de tuin kan gebruiken om de planten water te geven. Het doet bijna zeer om het zomaar weg te laten stromen. Vreemd dat ik daarvoor eerst hier in Spanje moest gaan wonen.

Er zijn gewoon dingen die je eerst moet meemaken om te voelen. Zo vinden we het in Nederland heel normaal om de fiets te pakken. Het is niet altijd even fijn als het weer regent en je jezelf in zo’n sweaty plastic regenpak moet hijsen, maar het kan. Hier is het een ander verhaal. Fietspaden kennen ze niet in de campo en een ritje naar het dorp op de fiets is toch net even anders. Het voelt alsof je op de snelweg fietst. Het is een ruta ciclista, dus je mag er fietsen en de auto’s zijn verplicht om met anderhalve meter afstand om je heen te rijden, maar dan nog. Je fietst in een ongemakkelijke sandwich van de auto’s die 80 mogen rijden en de geulen naast de weg die soms een meter diep zijn.

Ik besluit om het te proberen. Ik moet naar het dorp, dus raap ik al mijn moed bij elkaar en vraag aan de allerliefste of hij het zadel van zijn mountainbike laag kan zetten. Ik doe stoer, maar ik vind het doodeng. Helm op en gaan. Wat je niet in de auto merkt is dat de weg één steile afdaling naar het dorp is met heel veel hobbels. Ik kijk strak voor me en hoop alleen maar dat de remmen er niet doorheen schieten. De allerliefste had het over road-kills die in de greppel liggen. Het zal wel, ik kijk niet, ik sta in de overlevingsstand. In het dorp handel ik trillend alle zaken af en begin meteen weer aan de terugweg, laat het maar voorbij zijn. Ik moet onderweg stoppen, omdat ik niet vooruitkom ondanks de veertien versnellingen. Het is alleen maar klimmen en ik heb het gevoel mee te doen aan de Tour de France. Ik word aan alle kanten door wielrenners ingehaald. Maar ik voel alleen nog maar overwinning. En dat ik waarschijnlijk een week niet meer kan plassen, omdat er een keihard heren zadel op de mountainbike zit, maakt niet uit. Ik heb dit gedaan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Plaats reactie