De zweetdruppels lopen langs mijn rug mijn bilnaad in. Elke keer als ik even naar buiten loop, ben ik verbaasd dat deze hitte bestaat. Binnen blijven en achter de laptop zitten schrijven is het enige wat ik met dit hete weer kan opbrengen. Dat komt goed uit, want ik moet schrijven aan mijn boek ‘Ik was al vertrokken’. (klik hier als je meer wil weten) De teksten zijn klaar en mijn persoonlijke corrector zit in een andere donkere kamer met de ventilator een meter achter zich, alles te lezen en te corrigeren. Af en toe hoor ik gemopper als onze oude hond tussen hem en de ventilator ligt te scheten. Verkeerde interpuncties worden eruit gepikt en suggesties naast de teksten geschreven. Daarna is er overleg aan de eettafel, waarna ik braaf mijn teksten herschrijf.
In Nederland liet ik me adviseren door een uitgever en ik was na mijn eerste enthousiasme al gauw de weg kwijt in het uitgeversland. Overal zaten haken en ogen aan, regeltjes, waar ik niet aan gedacht had en percentages, van wie verdient wat aan mijn boek. Alles klonk ingewikkeld en ik hoorde vaak het woord ‘kosten’ voorbijkomen. Zelfs de reis naar de uitgever met het openbaar vervoer was door stakingen ineens heel omslachtig en zorgde ervoor dat ik 4 uur onderweg was. Het duurde zo lang, dat de directeur van de NS, Wouter, de tijd had om mij een mail te sturen, met daarin de uitleg waarom ik door heel Nederland werd gestuurd.
Toch aardig van hem. De mail was persoonlijk geschreven en het voelde alsof hij met mij meereisde. Ik wilde Wouter bijna vertellen over mijn treinreis naar Amsterdam de week ervoor. Ik had die ochtend een rood t-shirtje aangedaan. Ik had lang nagedacht over mijn kleding, want ik hou eigenlijk niet van rood, maar onder mijn spijker blouse leek het de juiste keuze. Op het perron van Arnhem stap ik in de trein en vallen de eerste groepen met rode kleren op. Er was duidelijk iets aan de hand en na even gegoogeld te hebben, wist ik dat er een demonstratie in Den Haag zou zijn, genaamd ‘De rode lijn’. Het waren demonstranten, die de regering vroegen om een lijn te trekken in de Gaza-strijd en de bombardementen te laten stoppen. De sfeer in de trein was opgewonden, maar heel gemoedelijk. De gesprekken gingen over kleinkinderen en familie en werden verduidelijkt met foto’s, “Kijk dit is Karin, zij heeft 3 kinderen, en dit is Joost, hij is verpleger, niveau 2,3 of 4, dat weet ik niet meer. En dit is Liesbeth, zij heeft een tumor.”
Ik matchte qua kleding en leeftijd met de groep en mijn overbuurman gaf me een knipoog. Ik was er net aan toe om een foto van mijn kleinkind te laten zien toen de hele groep in Utrecht opstond om de overstap naar Den Haag te maken. Ik was het enige rode t-shirtje dat bleef zitten en ik heb me nog nooit zo ongemakkelijk gevoeld over mijn kledingkeuze. Het leek alsof ik in mijn eentje een anti-demonstratie was begonnen. Ik voelde de ogen van de passerende rood geklede mensen en ik wilde bijna opspringen en met een vuist in de lucht en roepen ” Jullie doen het goed, ik zal jullie in gedachten steunen, trek die rode lijn! Maar vandaag ga ik naar mijn kleindochter.”
Terwijl ik met mijn kleindochter op schoot zit, praat ik met mijn kinderen over het boek en wat erbij komt kijken om het uit te geven. Bij de eerste voor de hand liggende vragen, voel ik al dat ik nog niet alles goed onderzocht heb en neem ik me voor om het beter uit te zoeken als ik thuis ben.
Daar zit ik dan in Spanje, in de hitte alle selfpublishing websites door te lezen en me op te winden over de onduidelijkheden. Ik hoor een gek geluid uit de houtkachel komen. Even twijfel ik voordat ik ga kijken, want er beweegt iets en ik ben niet echt een held als het om dieren gaat, die plotselinge bewegingen maken. Als ik dichterbij kom, zie ik dat het een vogeltje is, een mus. Hij is door de pijp op het dak naar beneden gevallen in de houtkachel en we kunnen nu zeggen dat de mussen hier letterlijk van het dak vallen van de hitte.
Even wat updates…














