Sorry, ik heb het geprobeerd, maar het laat me niet los. Ik hield me in, ik had me voorgenomen niet te reageren op je interview, waarin je uitlegt dat een bezoek aan je moeder in het verpleeghuis jou zo verdrietig maakt en dat je haar daarom al een jaar niet meer hebt bezocht. Jij schreef net als ik een boek over je moeder met dementie, dus volgde ik de promotie van jouw boek op de voet. Een boek met een titel die mij meteen buikpijn bezorgde: ‘Ma, ik ben het, John de Wolf’. Ik voelde dat we in veel dingen verschillen, maar ik probeerde te focussen op een punt waar we elkaar wel vinden; ‘Iedereen doet het op zijn eigen manier’. En jouw manier is gewoon niet de mijne.
Je kwam vaak voorbij. Op dementie.nl lees ik in een interview over jouw pure liefde voor je moeder, maar ook jouw vreselijke pijn, waardoor je haar niet kunt of wilt bezoeken. En ik lees over de verzorgers, die jou gerustgesteld hebben. Ze hebben je verzekerd dat jouw pijn er mag zijn. Alle begrip voor jouw afwezigheid, want iedereen doet het op zijn eigen manier. “Dat helpt” zeg je, “Al is het maar een beetje. Want natuurlijk wil ik er gewoon zijn. Voor haar. Voor ma.”
Ik ga op zoek naar mijn manier in de commentaren onder een instagrampost van Stichting Alzheimer, waarop jij liefdevol gefotografeerd staat met je moeder. Veel commentaren en meningen zijn pittig en mensen buitelen over elkaar heen om te vertellen, wat ze jarenlang allemaal wel voor hun moeder of vader hebben gedaan. Het lijkt een competitie, waarin gestreden wordt om de prijs voor de beste mantelzorger. Ik hoef jou niks meer te vertellen, de boodschap is denk ik wel duidelijk. Er wordt zelfs geoordeeld over de oordelen, iedereen doet zijn zegje en ik voel heel sterk dat ik niet wil deelnemen aan deze discussie. Ik heb in mijn boek al aangegeven dat iedereen het op zijn eigen manier doet.
Maar je spookt door mijn hoofd John, want je ziet het niet en ik moet het tegen je zeggen, “Hou het simpel, hou het klein! “ Ga in dezelfde kamer zitten waar je moeder zit, drink koffie en praat met de mensen om je moeder heen als zij niet luistert. Je wordt misschien niet herkend als John de Wolf, maar wel als die aardige meneer die vandaag koffie komt drinken. Gewoon aanwezig zijn in dezelfde ruimte is al voldoende. Maak een grapje of praat over het weer, niks groots. Blijf het doen en geef antwoord op dezelfde vragen, maar voel ook de rust om gewoon even niks te zeggen. Neem misschien een boek mee en ga naast je moeder zitten lezen. Of spreek tijdens het kopje koffie met de verzorgers, informeer naar hun weekend. Jouw aanwezigheid is alles. En al blijf je die aardige meneer en herkent ze je niet meer als haar zoon, ze zal het fijn vinden dat je er bent en misschien even je hand pakken of een aai over je wang geven.
En ik beloof je John, ’t is het allemaal waard.
Lees erover in mijn boek ‘Ik was al vertrokken’
